Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Samenwerking en IKC-vorming: wat wil de politiek?

De verkiezingen naderen met rasse schreden. Het wordt spannend: zullen er in het komende kabinet stappen gezet worden om de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang makkelijker te maken? Voorzitter regiegroep Kindcentra 2020 Gijs van Rozendaal is op de hoogte van de verkiezingsprogramma’s en kijkt naar kansen en bedreigingen.

Samenwerking-en-IKC-vorming:-wat-wil-de-politiek?
Voorzitter regiegroep Kindcentra 2020 Gijs van Rozendaal (Foto: Carla Overduin)

Naast de injectie van 8,5 miljard om de achterstanden in het onderwijs op te lossen, lijken er in het onderwijs geen grote wijzigingen in het stelsel ophanden. Voor de kinderopvang ligt dat anders en hebben partijen zich duidelijk uitgesproken. Maar het beeld rondom de samenwerking van de sectoren is wat diffuus, vindt Gijs van Rozendaal. ‘Het ligt daar wat meer gefragmenteerd. Ik zie wel dat de VVD een switch heeft gemaakt en naar mogelijkheden zoekt om de samenwerking te verbeteren. Die partij wil echt naar brede dagarrangementen. Opmerkelijk is het standpunt dat als een school een wachtlijst voor de bso heeft, deze verplicht zou kunnen worden om zelf bso te organiseren.’  Het is volgens Van Rozendaal de VVD een doorn in het oog dat het onderwijs de motie Van Aartsen Bos nooit goed heeft opgepakt. ‘Het onderwijs heeft destijds via het makelaarsmodel de verantwoordelijkheid voor de bso over de muur van de kinderopvang gekieperd. Daarmee hebben ze de inhoudelijke bedoeling van de motie volledig uitgehold.’  

Doelgroeppotjes

D66 en Groen Links zijn duidelijk voorstander van kindcentra, zegt van Rozendaal. ‘ Bij de PvdA zie ik een reflex om – als het gaat om ontwikkeling van kinderen – vooral te denken aan school en ‘doelgroeppotjes’. Zij gebruiken de term brede school en willen veel middelen inzetten op cultuur en sport op school. Mij is niet helder of ze hiervoor ook de bso in beeld hebben. Ik vraag me af waarom ze niet stoppen met die projectgelden voor cultuur en sport op scholen maar duurzaam investeren in buitenschoolse opvang. Als je de bso structureel financiert, kun je vanuit één visie tot brede dagarrangementen komen. Dat is veel simpeler, samenhangend en structureel geld. Bij de CU zie ik het vergemakkelijken van de samenwerking wel op het netvlies staan. Bij het CDA lijkt dat minder duidelijk maar ze zijn wel voorstander van samenwerking.’ 

BTW

Van Rozendaal hoopt dat in het komend kabinet de wet- en regelgeving die de samenwerking bemoeilijkt wordt aangepast. ‘Maar als ze bijvoorbeeld alleen al die btw-verplichting  zouden schrappen, zou dat enorm helpen. Ik verwacht wel dat er zoiets gaat gebeuren. Het wettelijk verankeren van integrale kindcentra is ook afhankelijk van de mate waarin men wel of niet een keuze maakt in publiek of privaat.’ 

Ministerie

De kans dat kinderopvang opnieuw onder het ministerie van onderwijs gaat vallen en daarmee wet- en regelgeving mogelijk meer op elkaar worden afgestemd, acht hij heel reëel maar sterk afhankelijk van de vraag of er een toegangsrecht voor alle kinderen komt. Van Rozendaal verwijst hierbij naar de Scenario Vormgeving Kindvoorzieningen (SVK, zie https://www.kinderopvangtotaal.nl/rapport-svk-toekomstige-scenarios-voor-het-kindstelsel/ ), een belangrijk rapport waarin vier scenario’s worden beschreven voor de toekomst van de kinderopvang en een belangrijke bron van informatie voor het nieuwe kabinet.   

Lange termijn

De SVK richt zich echt op de lange termijn maar er kunnen volgens Van Rozendaal in het komend kabinet al heel grote stappen gezet worden. ‘Dat kun je doen door ten eerste de arbeidseis los te laten – dat is een heel simpele stap. Daarmee krijgen kinderen van niet-werkende ouders ook toegang tot de kinderopvang. De arbeidseis vervalt dan voor bijvoorbeeld vier dagdelen voor alle kinderen van 0 – 4 jaar en twee middagen voor de bso. Zet daarbij de ouderbijdrage voor lage inkomens op bijvoorbeeld 0% of een ander laag percentage. Afhankelijk van dit percentage kost het dan 700 miljoen tot 2,4 miljard.’  Volgens Van Roozendaal bereik je daarmee de beleidsdoelstellingen (kansenongelijkheid verkleinen, inclusieve voorzieningen, tegengaan van segregatie, omvorming van bso naar BTO ofwel van “opvang kwaliteit” naar  “Brede TalentOntwikkeling-kwaliteit” en los je er grote problemen mee op, zonder wetswijzigingen of zware ingrepen in het huidige stelsel. ‘Het gros van de ouders met lagere inkomens betaalt niets tot weinig en daarmee zorg je ervoor dat er geen grote bedragen aan kinderopvangtoeslag teruggevorderd moeten worden. En je voldoet aan je pedagogische doelstelling door kinderen toegangsrecht te geven waardoor ze zich kunnen ontwikkelen. En voor de bso-kinderen creëer je toegang tot sport en cultuur. Hiermee zorg je voor kansengelijkheid en inclusiviteit.’  ‘Als dat echt gaat gebeuren, zetten we in één kabinetsperiode al een gigantische stap vooruit.’

Investeren

Volgens Gijs van Rozendaal is dit heel reëel, want wat de politieke partijen (volgens de CPB-doorrekeningen) zeggen te willen investeren in de kinderopvang zit minimaal rond dat bedrag (VVD 700 miljoen, CU 2 miljard, D’66 6,6 miljard). ‘Neem als gedachtenexperiment de 700 miljoen van de VVD. Als je voor de ouderbijdrage tot 130 procent van het minimumloon op een nultarief gaat zitten en tot 1,5 keer modaal op 4%  dan kun je die minimumvariant  voor die 700 miljoen euro regelen.’  

Toeslagensysteem

Daarnaast speelt het feit dat alle partijen af willen van het huidige toeslagensysteem. ‘Als je dat wilt zijn er feitelijk maar twee oplossingen mogelijk.  Óf je maakt kinderopvang een publieke voorziening óf je gaat naar een vorm van directe financiering. Ouders krijgen dan niet langer een toeslag maar moeten een (inkomensafhankelijke) bijdrage betalen.’ Van Rozendaal snapt niet waarom dit eerder is gestrand en waarom partijen als BK zich daartegen verzetten. ‘Het reduceert de hele problematiek van terugvorderingen en het maakt ook de prijs van kinderopvang voor ouders transparant. Hoe kun je voor marktwerking zijn en niet voor prijstransparantie? Als voormalig directeur van Kintent heb ik leiding gegeven aan de grootste uitvoeringsorganisatie van dit systeem van directe financiering. Daar was nooit sprake van terugvorderingsproblematiek. Ik weet hoe goed en simpel dat is in te richten.’  

Ingroeien

‘Het voordeel van de invoering van directe financiering en het loslaten van de arbeidseis is dat dit binnen één kabinetsperiode makkelijk kan,’  vervolgt Van Rozendaal. ‘De arbeidseis loslaten kan in principe per 1 januari 2022 ingaan en directe financiering per 1 januari 2023. De sector kan rustig ingroeien in deze situatie en er is vier jaar de tijd om desgewenst tot te toewerken naar scenario 3 of 4 uit de SVK.’ 

Van Rozendaal vindt het van ondergeschikt belang maar denkt dat als deze plannen tijdens de formatie op deze manier besproken worden, de kans groot is dat kinderopvang naar het ministerie van OCW gaat. ‘Want zoals de sector nu georganiseerd is, past het niet op dat ministerie. De kinderopvang is nu te conjunctuurgevoelig. Daardoor loopt het ministerie weer het risico, net als tijdens de periode rond 2008, om heel veel extra geld te moeten gaan investeren.’ 

Ondernemerschap

Van Rozendaal wil ook nog even stilstaan bij de discussie over publiek of privaat. ‘Ik zie ook dat partijen worstelen met de vraag hoe het ondernemerschap dat de kinderopvang kenmerkt te behouden. Hier ligt een link naar het belang van vraagfinanciering. Over het algemeen wordt er een verschil ervaren in het innovatieve karakter tussen onderwijs en kinderopvang. Dit raakt primair het pedagogisch partnerschap tussen ouders en de kinderopvang en het gevoel dat ouders in de kinderopvang hebben dat men er iets van mag vinden. Dat moet behouden blijven. Het grote verschil tussen onderwijs en kinderopvang is dat onderwijs een leerplicht kent. Laten we er vooral voor zorgen dat er bij kinderopvang een recht op toegang komt en geen plicht. Het feit dat de kinderopvangtijd geen plicht is, maakt het in zichzelf daarmee al tot een vraaggestuurd aanbod. De ouder beslist of men hun kind wel of niet naar de bso laat gaan c.q. of het aanbod aantrekkelijk genoeg wordt aangeboden om af te nemen. Dat is de beste garantie om het ondernemerschap te behouden.’ 

SER

De SER werkt ook nog aan een advies over het dossier kinderopvang.  Volgens van Rozendaal zou het de onderhandelingstafel enorm helpen als de SER ook nog met een positief advies komt  voor een toegangsrecht voor zowel 0-4 als 4-12. ‘Het is in ieder geval erg fijn dat 21 organisaties, waaronder BK en BMK, in een brief pleiten voor zowel dit toegangsrecht als het wettelijk verankeren van kindcentra. In haar rapportage Gelijk goed van start heeft de SER al gepleit voor een toegangsrecht voor 0-4. Het zou enorm helpen om nu ook door te kunnen pakken richting de bso als de SER dat ook adresseert.‘ De SER wil voor half maart een besluit nemen over hun advies over de kinderopvang. 

Stappen zetten

Het wordt spannend, de komende tijd. ‘Eerst is de kiezer aan zet en op dit dossier doet dat er behoorlijk toe. Minimaal is de invoering van directe financiering. Ik hoop echt dat men de stap nu zet naar een toegangsrecht 0-12 maar dat hangt dus wel met de verkiezingsuitslag samen. Ook ga ik er vanuit dat er stappen worden gezet om de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs te vergemakkelijken. Ik hoop wel dat ze stilstaan bij het bevorderen van gelijkwaardigheid in die samenwerking en dat er een transitiestrategie komt om dat in goede banen te leiden. Als dat allemaal lukt, zetten we in Nederland een grote stap in het voorzieningenniveau van kinderen en geven we de kinderopvang de pedagogische plek die de sector toekomt,’ besluit Van Rozendaal. 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.