Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

IKC Maria in Hoorn: ‘Waar de systeemwereld gaat schuren, lossen we dat op’

Een doorgaande lijn van 2 – 6 jaar: bij de IKC Maria in Hoorn realiseren ze dit met één team aan de voorkant. Voor de buitenwereld zijn opvang en onderwijs één organisatie. ‘Iedereen heet hier meester of juf’. 

ikc-maria-in-hoorn-waar-de-systeemwereld-gaat-schuren-lossen-we-dat-op
Foto © IKC Maria

De Mariaschool, ook wel IKC Maria, herbergt 400 kinderen in twee oude gebouwen in de binnenstad van Hoorn. In een gebouw zit de bovenbouw en in het andere gebouw zitten alle kinderen van 2 – 9 jaar onder één dak en daar wordt er intensief samengewerkt. Suzanne Ahrouch en Ineke Stavenuiter die zichzelf presenteren zichzelf als leerkrachten met leidinggevende taken (‘we hebben hier geen directeur’), gaven tijdens het seminar van Childcare International een presentatie over de doorgaande lijn in hun IKC. Een kleine drie weken later lichten ze hun verhaal nog verder toe. 

Verbouwen

Suzanne Ahrouch vertelt dat ze sinds 2015/2016 de stichting Kinderopvang Hoorn als partner hebben. ‘Gezamenlijk hebben we de ambitie dat we er voor alle kinderen van 0 – 12 willen zijn, zonder schotten en met één team. Dat is nog toekomstmuziek omdat de kinderen nu nog in gescheiden gebouwen zitten. Het gebouw van de onderbouw gaan we verbouwen zodat de bovenbouw er bij kan en ook de kinderopvang met groepen van 0 -2 jaar.’ Ze vertelt dat dit al in 2019 gerealiseerd zou zijn, maar al twee keer is uitgesteld, nu zelfs naar 2025. Het monumentale deel van het gebouw wordt gerestaureerd om de authenticiteit te behouden en er komt een deel nieuwbouw aan. 

Zelfredzaam

Ineke Stavenuiter legt  uit hoe ze de doorgaande lijn creëren. ‘De peutergroep en instroomgroep met kleuters zitten naast elkaar. In de instroomgroep starten vierjarigen. Daar leren ze de school kennen en worden ze zelfredzaam. Kleuters zitten daar een paar maanden tot maximaal een jaar. En als ze er aan toe zijn, stromen ze door naar Leerplein 1-2-3. Deze groepen werken nauw met elkaar samen. De pedagogisch medewerkers werken in de ochtend op de peutergroep en na half 1 op de instroomgroep als onderwijsassistent. Zo zien kinderen dezelfde gezichten. De groepen werken ook met dezelfde thema’s.’  ‘En de deuren van de lokalen staan ook open zodat een kind van de peutergroep ook een kijkje kan nemen op de instroomgroep en daar al kan wennen,’ vult Suzanne aan.  ‘Het mooie is dat dit geen aparte activiteit is maar organisch gebeurt. Is een peuter er al toe om de stap te zetten? Voor peuters die al eerder dan hun vierde jaar toe zijn aan de basisschool, konden we eerst niet veel doen. Maar onder de vlag van de peutergroep naast de instroomgroep kan het wel en is die overgang ook veel soepeler.’

Samen werken

Dus eigenlijk is het één team dat zorgt voor 2 – 4 jarigen, en daarna gaan de kinderen door naar Leerplein 1-2-3.  Suzanne: ‘Er is geen verschil tussen de teamleden, behalve op het salarisstrookje. Ze hebben een dienstverband bij de kinderopvang en/of de school. Het is dus niet samenwerken in de zin van na schooltijd samen praten, maar het is onder schooltijd samen werken. De kinderen noemen iedereen hier meester of juf. We zijn ook wars van hiërarchische lijnen, ieder heeft zijn of haar verantwoordelijkheden en weet hoe ver die reiken.’

Blinde vlekken

Ineke Stavenuiter vertelt over de basis van de samenwerking: ‘We hebben met elkaar een visiedocument opgesteld over hoe wij denken over leren. En daar zagen wij als leerkrachten ook de expertise van de kinderopvangcollega’s. We leren heel veel van hun specialistische kennis over de ontwikkeling van het jonge kind, en ook van de jonge ouder. We horen waar wij blinde vlekken hebben, tekort schieten of al te schools bezig zijn met kleuters.We leren over spelend leren en de omgeving gebruiken als derde pedagoog. En zij leren zij weer van ons. Zij zijn ook de Kanjertraining gaan doen en dan worden de termen ook gemeenschappelijk. Samen kijken we waar de knelpunten liggen, halen debeste elementen uit beide organisaties en maken daar weer een nieuwe organisatie van. Het gaat soms om heel kleine dingen. Vaak zie je dat als een organisatie intrekt bij de ander, deze hecht aan een eigen telefoon, printer, koelkast, etc. We hebben meteen gezegd: we zijn één team. Dus als de telefoon gaat, nemen we op als één organisatie. We doen alles samen, van het delen van dit soort dingen tot gezamenlijke teamuitjes en studiedagen.’

Schuren

Aan de voorkant zie je dus één organisatie met één team. Maar ook IKC Maria heeft te maken met de verschillende wet- en regelgeving voor kinderopvang en scholen, zoals de verschillende cao’s.Ineke Stavenuiter haalt haar schouders er over op. ‘Waar de systeemwereld gaat schuren, lossen we dat op. Maar die laten we niet bepalen hoe we samenwerken.’

Veiligheid

Beide leerkrachten beamen dat ze weinig gehinderd te worden door wet- en regelgeving. ‘We laten dat in de buitenwereld. We hebben ook geen gedoe met de GGD-inspecteur,’ vertelt Suzanne. ‘Het pedagogisch plan is goedgekeurd. Peuters hebben officieel hun eigen ruimte en we voldoen aan de eisen. Kinderen zoeken hun eigen weg, maar wel met beleid en veiligheid.’ ‘Jonge kinderen zoeken hun eigen veiligheid,’ vult Ineke aan. ‘Het is een uitzondering als een peuter zich al gaat ontwikkelen in de instroomgroep. Het is niet zo dat die twee groepen constant door elkaar heen gaan, dat is niet goed voor kinderen. Bij bepaalde activiteiten en wanneer het nodig is voor kinderen, kunnen we mixen en daarin wordt zorgvuldig afgestemd met elkaar. Daarom is het goed dat je elkaar de hele dag ontmoet; en je precies weet als een kind uit jouw groep bij de buren zit. We doen niet zomaar wat, maar we kunnen binnen bestaande wet en regelgeving zo manoeuvreren dat we er eigenlijk weinig last van hebben. Door onze korte lijntjes hebben we ook geen directeur nodig. We stemmen voortdurend af met elkaar; wat hebben kinderen van ons nodig om goed tot ontwikkeling te komen?

Geen VVE-programma

IKC Maria werkt niet specifieke VVE groepen of – programma’s. ‘Nee,’ zegt Suzanne. ‘We kijken vooral naar wat een kind nodig heeft aan ondersteuning. Er is geen standaardprogramma wat we daarvoor gebruiken. We gaan met een groep experts om een kind heen staan, samen met de ouders want die zijn ook experts van hun kinderen en we noemen dat netwerk organiseren. Zo organiseren we voor een kind wat er nodig is.’

Bso

IKC Maria heeft geen bso in de school. ‘Die zit één straatje verder,’ vertelt Suzanne. ‘Dus wel dicht bij elkaar maar we kunnen geen ruimtes delen. We organiseren wel naschoolse activiteiten, op interesse en inschrijving. We hebben een database van mensen die met hun aanbod naar onze school komen, van Engelse les tot robotica tot dans, sport etc. Er is een werkgroep die een gevarieerd aanbod samenstelt voor alle leeftijdsgroepen met zo laag mogelijke kosten.’ 

Organischer

Als je vraagt naar hun ideale toekomstige situatie, begint Ineke over het gebouw. Naast het feit dat ze toch binnen afzienbare termijn onder één dak opvang en school willen bieden aan alle kinderen van 0 – 12, heeft ze nog wat wensen. ‘Het gebouw zou beter ingericht kunnen zijn, qua akoestiek maar ook de ruimtes: het zijn nu vooral veel rechthoeken met een deur erin. Het zou wat organischer kunnen. Meer ruimtes waar je met een kleineer groepje kunt zitten. Het kan beter maar het belemmert ons niet echt in de samenwerking binnen het IKC,’ concludeert ze uiteindelijk. Meer groen om en bij de school was zeker ook beter geweest. ‘We zitten nu op één kavel met een sbo-school. Deze gaat weg en in mijn naïviteit dacht ik dat wij dan dat hele kavel konden gebruiken en ik droomde al over een mini-kinderboerderij en een moestuin. Helaas gaat dat kavel deels volgebouwd worden met woningen en houden wij maar het minimaal aantal meters buitenruimte over.’

Experimenteren

Suzanne Ahrouch droomt over een toekomst waarin ze van 7 tot 19 uur open zouden kunnen zijn, waar je formeel en informeel leren kunnen afwisselen. ‘Zover is het nog niet, maar we kunnen wel al experimenteren met de naschoolse activiteiten en zien hoe enthousiast kinderen gebruik gaan maken van muziek- of sportlessen. We kunnen we deze tijd goed gebruiken om te onderzoeken waar behoefte aan is en hoe we dat kunnen organiseren?’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.